Skip to main content
0

Leren vliegen, begint met luisteren

By 12 augustus 2021Nieuws

Onsterfelijkheid, daar waren we voor gekomen. Bewijzen dat Icarus toch gelijk had. Dat je de dood kan
tarten door aan een plastic niemendalletje van zeildoek met een paar lullige draadjes de peilloze diepte
in te stappen. Zelf bepalen of je bij de hemel of de aarde wilt horen. Spotten met de wetten van de
doodsangst door geen waarde te hechten aan nachtmerries, winderigheid, plotsklapse lachbuien,
huilpartijen en ruzies om niks. Denken dat het bekijken van een Powerpoint helpt tegen te pletter te
slaan. De zwaartekracht bedwingen. En dus het onvermijdelijke overwinnen. Daarom waren we daar.
We geloofden er allemaal heilig in terwijl we als jonge ganzen voorovergebogen een hobbelig weiland
afrenden met een wapperende plastic zak boven ons en een zitluier tussen onze benen. Met de duimen
omhoog alsof we aangaven dat het allemaal best OK was. We dachten dat die decimeter die we boven
de plaggen vlogen bewees dat we het zouden redden als het erop aan kwam. We verloren ieder gevoel
voor realiteit. Zelfs een druildag morren in de tent schudde ons niet wakker. We moesten en zouden
het monster in de bek kijken. Tot het gaatje gaan. Een gat van 800 meter in dit geval. Met grenzeloze
zelfoverschatting lieten we ons naar ons Golgotha rijden. Met een man van 81 aan het stuur, die zijn
charme handig gebruikt om te verbloemen dat ie psychotisch denkt Max Verstappen te zijn, in
navolging van zijn baas. Maar dat deerde ons niet, Dat kon er ook nog wel bij.

Want we waren op weg onsterfelijk te worden.

“Zij die gaan sterven groeten U”. Als gladiatoren van de wind stonden we keurig in de rij om ons te
meten met de zwaartekracht. En onverwacht ook met een brullend roofdier op de bodem van de
arena. Een beest dat bereid was ons bij de kleinste stuurfout verbaal te verscheuren. Maar de goden
waren ons goed gezind. We vlogen. Minutenlang waren we broeders en zusters van vliegtuigen,
helikopters, kiekendieven, wolkenflarden en dagdromen. Het was een openbaring. We landden
ongeschonden, met een hart vol vreugde. Een enkeling probeerde zich nog te storten op een volle
snelweg, alsof de zwaartekracht bedwingen alleen nog niet genoeg was. Maar ook dat liep goed af. De
nietsvermoedende bestuurders herkenden het mysterie, openden hun autoraampjes en
applaudisseerden opgetogen. Ze hadden zojuist een mirakel aanschouwd.
Een ander probeerde zonder te sturen, op pure geestkracht het minuscule plagje te bereiken waar we
onze reep plastic op neer moesten zetten. Maar daar moest het roofdier niets van hebben. Met
fenomenale brulstem keerde hij de windrichting eigenhandig 180 graden om. Plots waaide het zodanig
dat zelfs de meest afgedreven ziel gered werd. Iedereen kwam als een wonder in de juiste wei terecht.
We waren onaantastbaar, in een andere dimensie, niet meer van deze wereld.

Dichter bij onsterfelijkheid waren we nog nooit geweest.

We sleepten onze vier begeleiders mee. We maakten het vanzelfsprekend dat hen nooit iets
terminaals zal overkomen. Ze werden ingestraald, besmet met geluk en gevaccineerd met dubbele
injecties zero-gravity. Neem Henk. Voor hem een kleine stap. Zijn hele existentie lijkt te spotten met
de wetten van tijd en ruimte. Forever young. Een fenomeen. Het zou niemand verbazen als ie
binnenkort de mat betreedt in een Japanse Cage-Fight onder de vechtersnaam Holy Hank From Hell.
Zevenduizend uitzinnige Japanners in een dampig stadion in Yokohama zien hem daar de lokale held
van 175 kilo en drie vierkante meter tattoos de maat nemen. Binnen 10 seconden slaat Henk de arme
man het ziekenhuis in. Driekwart jaar revalideren. Henk kijkt om zich heen. Verder nog iemand die iets
van hem wil? Het blijft stil in het stadion. Henk haalt een opgevouwen zakdoek uit zijn zak, dept zijn
voorhoofd, slaat een borrel achterover, start zijn Opel Kadett en rijdt in één nacht van Yokohama terug
naar de Jordaan.

Zonder twijfel. Onsterfelijk.

Bas bezit ongeëvenaarde krachten over energie en taal. De X-man van de instructie. De Dalai Lama
onder de leraren. Sta je voor hem op het punt je van de berg te storten, voel je je krachten uit je benen
zinken, plaatsmakend voor diepe paniek, één blik en de rust daalt in je neer. Je ziet je hele leven aan
je voorbijgaan. Je voelt: het maakt allemaal niks meer uit. Je wilt nog maar één ding: doen wat hij van
je vraagt. Bas, voor jou…en dan sprint je blijmoedig je noodlot tegemoet, zonder angst, als een kind
zonder leeftijd. Je hele historie is gewist. Alles vergeten. Vrij van zorgen. Maar die beneveling is riskant,
levensgevaarlijk. Je moest toch dingen doen? Sturen, kijken, luisteren? Maar je bent er niet meer. Je
bent in trance. Er dreigt dus gevaar. Bas komt in actie. Met een meesterzet. Hij zoomt in op het enige
waar je nog gevoelig voor bent. Je kinderlijkheid. Hij wekt je uit je slaap met woorden en zinnen die je
terugbrengen naar je vroegste jeugd. Toen je nog een peuter was. “Waar zijn je oren, Eric?”. Nauw
verwant met gouden spreuken als “Kijken doe je met je ogen, niet met je handen”, en zelfs verder
terug “Daar komt een hapje aangevlogen”. Misschien zelfs “Kiekeboe”. Hij ontdooit je bewustzijn. Met
woorden die je eraan herinneren dat je een mens met geschiedenis bent. Dat brengt je weer bij zinnen
en brengt de tijd terug in je geest. Je moet handelen. Voor het te laat is. Het werkt. Je reageert en redt
het vege lijf. Je vliegt vrolijk de dreigende wolken in. Meesterschap over geluk en smart.

Dat is Bas. Onsterfelijk dus.

En dan is daar Roland. Terwijl Henk nog zo waarschuwde niet achter de huizen langs te vliegen
vanwege het nakende Franse schoon, stuurt Roland bij de minste of geringste opstopping de hele vloot
achter de huizen langs. Niet raar dat de chaos compleet werd. Ikzelf werd aan mijn landings-lot
overgelaten en schatte het moment van doorremmen geheel verkeerd in. Boink! Daar lag ik versuft
tussen de paardenblommen. Beste klap. Ademhappen. Niks bewegen. Wat is er kapot? Mijn
toekomstperspectief ontvouwde zich in een flits. Nooit meer lopen. Gelijkvloers wonen. Badkamer
met beugels. Wijkzuster op vrijdag om me te wassen. Weekenden met veel tv en beetje oefenen met
zelf eten, uit mijn zuigbeker. Kerstkaart van mijn kleinkind. Hoe gaat het op de afdeling, opa?
Maar dan hoor ik Roland. Uit vele portofoons tegelijk. Met een helende kracht waar Jomanda een
puntje aan kan zuigen. Roland is de Jezus van de 21e eeuw. Hij geneest je waar je bij staat. Met de
simpele woorden, met een zwaar Tuks accent. Het schalt over het veld.
“N’opstaan almaal, fieltpekje maakn”.
Her en der staan de zieken en gewonden op. Niemand mankeert iets. Iedereen kan lopen. Roland is
niet alleen zelf onsterfelijk, maar roept ook anderen terug van gene zijde. Dat is in het hele dal te
horen. Waarschijnlijk in heel Zuid-Frankrijk. Ik verwacht dat Lourdes binnenkort opgedoekt kan
worden. De bussen met verschoppelingen komen naar de Paralodge. En kwestie van tijd. Roland heelt.
Voor zij die geloven. Zoals wij. Amen.

Maar de top, dat is Sven. Met één zin toont hij zijn biotoop. Hij is de meester van het Middenrijk. Dat
land dat ligt tussen doodgewoon en het spiritueel, platvloers en toch verheven. Het landschap tussen
gronden en vliegen. Daar heerst Sven. Hij is de verbinding tussen ons aardse stervelingen en Hij die
eeuwig is. Sven is de zoon Gods. De vleesgeworden link tussen het aardse en het onbedorvene. Sven
sprak en overtuigde. Ontvouwde zijn goddelijke afkomst, in dat kernmoment vlak voor de vlucht. In
dit geval een duosprong met Joanna. Gevleugeld klonk: “Kom Joanna, wij gaan als eerste, ik moet
ontzettend poepen”.

En dat is het geheim. Onsterfelijk word je als je aanvaardt dat in het gewone het wonder verborgen
zit. En het wonder heel gewoon is…
Als je maar luistert.
Eric.
Harlingen 10 aug 2021.